Stamboom Van Burgsteden


Vier eeuwen familiegeschiedenis

Tak 3       
Hermanus Cornelis Johannes van Burgsteden
*02-11-1919

Levensloop Pater Herman van Burgsteden

Woensdag 2 oktober 2002 om 00.30 uur in de morgen is in het Zorgcentrum “Liefkenshoek “ te Heteren

Pater Herman van Burgsteden S.V.D
op 81 jarige leeftijd overleden.

Zondag 6 oktober om 19.00 uur zullen we hem in een avondwake gedenken, die zal worden gehouden in de parochiekerk Maria Onbevlekt te Heteren. Maandagmorgen om 11.00 uur zal in diezelfde kerk een Eucharistieviering voor hem worden gehouden. Daarna volgt de ter-aarde bestelling op het kerkhof van Heteren.

Hermanus Cornelius Joannes , zoon van Herman van Burgsteden en Maria Wijnen werd op 2 november 1919 in Soesterberg geboren. Hij wilde priester worden en ging daarom in 1935 naar het klein seminarie te Apeldoorn. De 14e september 1937 verhuisde hij naar het missiehuis St.Jan te Soesterberg om missionaris te worden.

Op 8 september 1942 begon hij zijn noviciaat in het missiehuis St. Lambertus te Helvoirt, en het jaar daarop in datzelfde huis zijn filosofiestudie. In Helvoirt legde hij op 8 september 1944 de eerste gelofte af. Zijn theologiestudie deed hij van 1945 tot 1949 in het missiehuis St. Franciscus Xaverius te Teteringen. Daar legde hij op 16 mei de eeuwige gelofte af en werd hij op 30 januari 1949 tot priester gewijd.

Zijn oversten benoemden hem voor Sambalpur in India. Via Rome vertrok hij van Genua de 11e april met de “Loenenkerk” naar India. Zijn eerste standplaats was Hamirpur waar hij als kapelaan bij enkele ervaren medebroeders ‘ het vak ‘ kon leren.

In 1953 stichtte hij de nieuwe parochie van Kantapali. Nieuw, dat betekent dat alles er nog moest worden opgebouwd. Dertien jaar heeft hij daar mogen werken en niet zonder succes. In 1963 telde de parochie al 4800 katholieken verspreid over 45 buitenstaties. ( de verst afgelegen zo’n 170 km. van de hoofdstatie af ). Dat gebied bezocht hij eerst te voet of met de fiets en later met de jeep. Hij begon met 8 kinderen op de lagere school. In 1963 waren dat al 180 jongens en meisjes van de ‘Middle School’ verdeeld over 7 klassen waarvan zo’n honderd intern. Verder had hij 10 kleinere scholen op de buitenstaties, door de regering erkend maar zonder subsidie. Geldzorgen genoeg dus. Toch slaagde hij erin om in de loop van de dertien jaren die hij daar mocht werken, een zusterhuis, kerk, school en kliniek te bouwen.

In Kantapali redde hij eenentachtig moslims, die door Hindoes achtervolgd werden, van de dood door ze in bescherming te nemen. Daarover schrijft hij ‘dat was mijn laatste werk in Kantapali. Wellicht de mooiste afsluiting die ik me kon denken, zoveel mensen van de dood gered.

De bisschop vroeg hem pastoor te worden in Rourkela waar met Duitse ontwikkelingshulp een enorme staalindustrie was opgebouwd. Daar kreeg hij de zorg voor vijftienduizend katholieken. Hij was geheel vrij voor de parochie. Enkele medebroeders zorgden voor de twee jongensscholen en de twee meisjesscholen. Kort daarna zien we hem tot over de oren in het ontwikkelingswerk, waterputten graven, grote waterreservoirs bouwen die voor irrigatie van de velden gebruikt kunnen worden, rijstopslagplaatsen voor de rijstbank. Ze legden wegen en tuinen aan. Hij kreeg voedselhulp uit de U.S.A. en van anderen een vrachtauto, een tractor, een trailer en een kleine transportvan. Driemaal in de week bezocht hij de 500 melaatsen in Rourkela. Hij was van het parochiewerk vrijgesteld om een ‘model and teaching farm’ op te richten met uitstraling naar de dorpen. Maar hij en zijn jongen werkten te hard, soms 12 tot 16 uur per dag ook in de hete zon.

Ik heb mij bijna kapot gewerkt. Op zekere dag zakte zijn jongen in elkaar van uitputting en Herman zelf kreeg door oververmoeidheid een ongelijk met de scooter. Dat bracht hem enkele weken in het ziekenhuis.

Zijn invloed, ook door zijn kennis van de Sadhri-taal, en zijn succes waren niet allen welgevallig. In 1969 werd zijn verblijfsvergunning ingetrokken. Daarop keerde hij naar Nederland terug. De bisschop van Wewak ( Papua Nieuw –Guinea ) die hem daar aantrof, haalde hem over om bij hem te komen werken. Herman nam dit aanbod aan. Op 30 november1970 vertrok hij naar Wewak. Dat was een enorme overgang. Het werk valt me hier zwaar omdat het zo anders is als mijn goede India wat ik nog niet helemaal vergeten kan. De aard en de werkwijze van de mensen zijn heel anders. Ik zal er toch aan moeten wennen. God zal me hierbij helpen. Hij werkte eerst in Kaugia. Verbleef vijf maanden in Kunjingini en vertrok eind mei 1971 naar Marui, een post midden in de moerassen gelegen. Met en motorboot bezocht hij de buitenstaties die alle aan de Sepik lagen. Hij begon met het invoeren van natte rijst. Hij wilde de mensen laten zien dat die ook daar verbouwd kon worden. In juni 1973 begon hij een landbouwschool waarvoor ook bij regeringsambtenaren grote belangstelling bestond. De school had velden, ( o.a. proefvelden voor natte rijstteelt ), verder koeien, varkens, kippen en eenden en ook een werkplaats. Alsof dit nog niet genoeg was, kreeg hij er nog tijdelijk een tweede parochie bij.

In 1975 moest hij voor doktersbehandeling naar Nederland. Het leek hem en zijn oversten beter om in Nederland te blijven. Daar vond hij een nieuw werkterrein, de parochie Maria Onbevlekt Ontvangen in Heteren. Op 28 september 1976 werd hij met ingang van 8 oktober 1976 door Kardinaal Willebrands tot pastor en desservitor van Heteren benoemd. Die taak heeft hij tot december 1994 met grote toewijding en blijheid vervuld. Het waren voor hem en de parochie gelukkige jaren.

Herman wist dat hij wel de laatste pastoor zou zijn , dat wil zeggen, die alleen maar voor Heteren te zorgen had. Na hem zou samenvoeging van parochies onvermijdelijk worden. Daarom streefde hij ernaar de mensen op die toekomst voor te bereiden en met vele leken samen te werken. Hij schonk hen vertrouwen en waardering. Zijn pastorie stond ook altijd voor hen open. Dat hebben ze zeer gewaardeerd.

December 1994 kreeg hij eervol ontslag. Maar graag wilde hij nog helpen wanneer dat nodig en gewenst was. Daarom mocht hij ook in de pastorie blijven wonen. Met de nieuwe pastoor kon hij het goed vinden. Maar in november 1995 nam hij toch het besluit er helemaal mee op te houden en in het verzorgingshuis “Liefkenshoek” te gaan wonen, in de parochie en bij de mensen die hem zo lief waren. De mensen waren daar ook blij mee, dat bleek wel uit de grootse wijze waarop ze op 31 januari 1999 het 50 jarig priesterjubileum van hun emeritus-pastoor hebben gevierd.

In Liefkenshoek werd Herman uitstekend en met veel liefde verzorgd, met name toen hij langzaam maar zeker steeds verder achteruit ging. Hij bleef een blijde mens met een optimistische kijk, zelfs in de laatste maanden van zijn leven.

Wij danken God voor deze missionaris, mede broeder en pastoor. Hij heeft de fakkel doorgegeven. Laten wij die brandend houden en op onze beurt aan anderen doorgeven.

Rust zacht, beste Herman, in de grond en bij de mensen die je zo lief waren! Adieu!



Teteringen, 4 oktober 2002                                                                              Ant. J. Verschuur S.V.D.